Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat van alle kinderen die een zware operatie hebben ondergaan zo’n 70 procent een Bijna Dood Ervaring (BDE) moeten hebben meegemaakt. Het overkwam Gerarda van Veen uit Steenwijk ook.
Pas 36 jaar later is ze toegekomen met de verwerking van die traumatische ervaring. “Want als kind kun je met die angstige gevoelens nergens terecht. “Toen ik na de operatie de verpleegster, die me aan het bed hielp, vertelde dat ik me niet goed voelde, snauwde me toe dat ik niet zo moest zeuren. Alles was toch goed?”
Dat bleek een misvatting. Gerarda zegt in haar jeugd veel last te hebben gehad van haar Bijna Dood Ervaring. “Het ergste wat je als kind kan overkomen, is dat je met niemand kunt praten over een traumatische ervaring die je is overkomen. Ik kon het ook niet. Je durfde het niet eens. Er was voldoende aanleiding om aandacht te vragen. Tijdens de operatie moest ik nota bene gereanimeerd worden. Dan is er toch iets mis gegaan zou je zeggen. Mijn ouders hebben daar nooit iets van geweten.”
“Je staat als kind helemaal geïsoleerd. Een kind kan niet relativeren. Een heftige emotie of gebeurtenis betrekt het het liefst op zich zelf. “Het zal wel aan mij liggen”, denkt het. Daarom praat een klein kind ook niet snel met zijn ouders over allerhande problemen. Het durft het niet.”
Op school kan zich dat uiten in extra druk gedrag. “Zal wel ADHD zijn, zeggen ze al snel. Verder wordt niet onderzocht of het ook iets anders kan zijn.”
Om ouders en therapeuten de diagnose van BDE aan te reiken heeft ze een boekje: ‘Ineens geen kind meer’, geschreven, waarin haar ervaringen staan opgetekend. “Vanaf 2006, dus 35 jaar later na mijn amandeloperatie, kon ik dankzij een goede psychiater, die wel naar me wilde luisteren, aan de verwerking van mijn traumatische ervaring beginnen. Nog steeds ben ik daar niet helemaal klaar mee.”
Ze leerde via EMDR, een oogbewegingstherapie, haar negatieve ervaringen stuk voor stuk af te pellen. Totdat ze weer op de operatietafel in Meppel belandde.
Pas toen begreep ze waar haar voortdurende angst voor doktoren en ziekenhuizen vandaan kwam. Tot 2006 had ze immer een onbestemd, onprettig gevoel als ze naar de arts of op ziekenbezoek moest. Tijdens de therapie ontwikkelde ze zelfs paniekaanvallen als ze zich maar in de buurt van een ziekenhuis of geneesheer vertoonde. “Heel heftig,” zegt ze.
Gerarda van der Veen is ook medeoprichter van het landelijk informatiepunt Hoog Sensitieve Kinderen, dat gevestigd is in Steenwijk. “Bij kinderen, die een Bijna Dood Ervaring hebben gehad zie je niet zelden dat ze hoog begaafd worden of paranormale begaafdheden ontwikkelen. Ze zijn ook vaak veel gevoeliger voor bijvoorbeeld de natuur. Dat is natuurlijk een positief gevolg. Maar de negatieve wegen volgens de moeder van twee kinderen zwaarder.
Samen met haar echtgenoot Henk-Jan heeft ze Rondom BDE opgericht. Een informatiepunt dat gespecialiseerd is in bijna-doodervaringen bij kinderen en in partners van BDE’ers. Met lezingen en workshops willen zij meer inzicht bieden in deze vaak complexe situaties en pschologische processen rondom een bijna-doodervaringen. Zie verder www.lihsk.nl en www.rondombde.nl
Het boek wordt 14 november in galery Arte Novanta in Dalfsen officieel gepresenteerd.

